Tja.

Ze belde me omdat ze er niet meer in slaagde om haar paard aan het lopen te krijgen bij haar dressuurinstructeur (een bekende naam overigens). Hij steigerde, ging op de loop, staakte – en nu begon hij ook nog te bijten als ze hem van en naar z’n stal leidde. Ze begreep er niks van. Ze reed al jaaaren wedstrijd en had verschillende paarden gefokt en opgeleid tot wedstrijdniveau, en dan weer verkocht.
Maar dit paard – het lukte niet. Ze was nochtans NH-minded, en deed zelf aan natuurlijk hoefbekappen. En ze was begonnen met clickertrainen. Of ik eens kon komen?
’t Was een eind rijden, en ik verwachtte niets, maar ik was wel nieuwsgierig – op z’n minst was ’t ook goed voor m’n Frans.

Ze was inderdaad begonnen met clickertrainen, en ze had een goeie timing. Maar “click” zeggen en af en toe een wortel geven is niet clickertrainen. Daar zijn we dus mee begonnen. Focussen op wat goed gaat. Duidelijk bridgen. Belonen. Gedrag in stukjes knippen. Hulpen in stukjes knippen. Terug naar de basis. En voor haar: loslaten, handen naar voor, loslaten, ophouden met tap-tap-tap met die benen, loslaten. Simpel werk, zo simpel dat het moeilijk was.
Maar het paard kon weer ademen, durfde zowaar af en toe z’n neus naar voren duwen, de hals lang in plaats van in z’n houdinkje achter de teugel te springen. Hij heeft geen enkele keer gesteigerd, gestaakt, en is nooit op de loop gegaan. Hij liep weer.

Na vier weken klaagde ze dat ze te weinig in haar handen voelde. Ze wou dat hij “haar handen opzocht” (dat wou hij niet, en terecht, vond ik – als een paard dat doet is dat een statement naar de ruiter). Ze voelde te weinig in haar handen, kon met niet genoeg druk rijden. Ik beloofde haar dat het zou komen, dat hij aanleuning zou nemen als hij er klaar voor was, maar dat hij gewoon wat meer tijd nodig had dan andere paarden. Ze twijfelde. Ik stelde voor er haar vorige dressuurinstructeur bij te halen, en dat we zouden laten zien hoe hij nu liep, en wat hij er van vond. Daar was ik overigens zelf nieuwsgierig naar.

De week later was het zover. We stelden ons aan elkaar voor, wisselden wat algemeenheden, ik vertelde wat de bedoeling was, waar ik naartoe wou en wat ik dacht dat beiden nodig hadden en hij ging opzij staan. “Doe maar,” zei hij. En zei verder niks. Ik voelde z’n scepsis – dat beloofde niet veel goeds.
Na een half uur zwijgen zei hij met enige verbazing “je hebt ‘m weer aan het lopen gekregen!” Hij begonĀ  vragen te stellen. Wat als zus, wat als zo? Blijf je wortelen geven? Hoe gaat het verder? En hoe doe je dit? Waar begin je als? Wat als hij toch in verzet gaat?

De ruiter, echter, heeft me verteld dat ze het paard verkoopt. Het duurt te lang. Vijf weken al dat ze geen “normale” training kan rijden, en hij is al vier. En hij blijft moeilijk, hij kan nog altijd geen B aan. “Tja,” zei ze, “ik heb het mezelf ook veel te moeilijk gemaakt,” zei ze. “’t is een Sandro Hit.”

Te koop dus: een grote, slungelachtige vierjarige Sandro Hit. Voor goede ruiters met timing en geduld. Voor 6000 euro krijg je ‘m mee.