Powertraining

Karin vraagt: “kan je power trainen bij het rijden?”

Karin heeft het over het powerbewegen, gebalde, gecontroleerde energie, ingehouden kracht in een flow, die als het ware gecontroleerd kan exploderen.
Wat je soms bij clickergetrainde paarden ziet is dat alle voorwaartsheid eruit is gehaald en dat de paarden in een hoofdhoudinkje vallen, en op de voorhand lopen. Ze roepen dan hoe goed het is, maar de plaatjes zien er gewoon niet uit.
Maar het feit dat je het niet vaak ziet, betekent niet dat het niet kan.

“Power” is niet zomaar snelheid of emotie – ik heb hondenseminaries gevolgd en die filmpjes rond agility en obedience bekeken in de hoop iets te vinden wat ermee in verband staat. Nu, die hondentraining is vaak maar peanuts, in vergelijking met wat wij van paarden verwachten. Dat is “maar” snelheid, explosie, emotie. En wij willen blije, maar ingehouden energie (de ruiter is maar een bezwarende – letterlijk – omstandigheid).

Ik ben ermee bezig geweest met Gazelle: ik stuurde haar voorwaarts, vroeg haar haar hoofd laag te houden, vroeg méér voorwaarts en probeerde dan te bridgen voor die momenten waarop ze het achterbeen verder onder haar buik neerzette/buikspieren aantrok (want dan buigt het spronggewricht -> kantelt het bekken -> komt de rug omhoog). Wat ik kreeg is dat ze vertraagd begon te bewegen, en zich wel degelijk bewust werd van haar achtervoeten – maar je krijgt ook dat de X op dat moment inderdaad de hele beweging stopt. En dat je dan opnieuw moet beginnen.

Nu, het feit dat de beweging wordt afgebroken is wel de laatste van m’n zorgen. Het is maar een kwestie van het juiste trainingsplan vinden, in dit geval het in lussen trainen.
“Power” moet van twee kanten komen – aan de ene kant heb je voorwaartsheid, het graag willen bewegen, voluit vooruit willen (groen licht-cues), en die voorwaartsheid recycleren (Duits). Aan de andere kant heb je de bewustwording over de achtervoeten, misschien in stilstand (Frans), of dan toch de clickerversie: knip, knip, knip, één criterium per keer. En dan die twee samenvoegen. De begrenzing zit dan in het hoofd, niet aan het hoofd (de teugel, het bit).

De energie in die aanspanning is een ander soort energie dan wat een emotioneel springerig paard laat zien. Ik denk dat het soort blije energie van funktionslust komt, of zelfs locomotion play – graag bewegen, omdat het fysiek fijn is om te bewegen, omdat een paard mentaal en lichamelijk sterk is en het aankan. Intrinsieke motivatie, maar je moet dus eerst wel een paard zover krijgen dat hij die fysieke inspanning wil doen (inspanning is aversief).
Op zich is dat geen probleem, het is een kwestie van motivatie.
Dieren doen veel dingen die ze moeilijk of vervelend vinden, als de beloning maar groot genoeg is (ik ga op de trailer want ik kom ermee thuis; ik verdraag die ruiter want daarna komt de wei). Het is aan mij om die inspanning zo gedoseerd mogelijk aan te brengen, een beetje zoals Pilatesgymnastiek, zodat die inspanning nooit aversief wordt; en dat koppelen aan een beloning die groot genoeg is. Dat is kunde van de trainer. Ervaring, en dat krijg je maar door te leren van je fouten.

ps. Btw, Karin, ik beschouw ondersteuning met lichaamstaal, ook bij bvb. blijven bewegen (zowel op de grond als in het zadel) als een soort “modifier cues” (links/rechts/snel/traag enz). Ik zou het niet kwijt willen, want het wérkt – ik zou wel gek zijn als ik dat per se zou willen buitengooien; je krijgt het er als het ware gratis bij.
Technisch gesproken is het druk, maar je kan met druk drie kanten op: je kan ervan weg willen, je kan er tegenin willen gaan, of je kan er in contact mee willen blijven.
En contact, dat is toch wat we willen?