Fotografen-clicks

“Misschien moet ze haar jas dan maar uitdoen?”
Ik ben lichtjes verbijsterd. ’t Is 180° onder nul of zo. Maar ’t is voor de foto, en tja, ik heb m’n gewone paardenjas aan. Oversized, unfashionable saai donkerblauw, en in de zakken resten van 1 miljoen beloninkjes. Ik begrijp het wel. Als ’t moet, dan moet het. ’t Is een glamourblad tenslotte.
De fotograaf bekijkt me taxerend. Mijn fotogeniek-factor daalt met elk bijkomend jaar, vrees ik, en de teller staat op dramatisch. Vooral in deze knalblauwe trui.
Hij zucht. “Sluit je jas dan maar,” oppert hij.
Uh. Die rits is al 5 jaar kapot. Ik ben plots blij dat ik in elk geval twee weken geleden naar de kapper ben geweest, het had best vier maanden geleden kunnen zijn gezien het feit dat ik maar drie keer per jaar de drang voel om een paar uren de Story te gaan zitten lezen.
Ik bedenk dat ik maar eens een flatterende Anky-jas moet kopen. Of eerder een camouflerende, voor vijftigplussers.

We komen overeen dat we de beginoefening van beleefdheid laten zien, want dat is iets waar de meeste mensen over struikelen. Chantal mag niet mee op de foto met haar Myrtle, nee, ik moet met Myrtle werken. Myrtle en ik moeten daarbij in precies de juiste hoek tegenover de fotograaf en de belichting. Als je dacht dat dat simpel was: mijn gezicht moet in een ándere hoek, naar de camera toe. “Het gaat tenslotte over jou!” Hmpf. Het gaat over clickertraining.
Ik probeer naar Myrtle te kijken, in haar lijn (want ik kan toch niet bridgen als ze het niet goed doet?) en tegelijk in de lens te kijken, op de andere lijn.
Alsof dat nog niet genoeg is, moet ik ook lachen. Lachen! Die fotograaf heeft vast nooit mijn identiteitskaart-foto’s gezien. Ik heb altijd het gevoel dat ik zowat bulderlachend over de grond rol, maar op de foto komt dat er uit als een cynisch streepje scheve mond.

Honderdzevenenentwintig keer of zo komt Myrtle naar me toe, en honderdzevenentwintig keer gaat ze braaf achteruit om haar beloning te krijgen. Braaf paard en goed getraind, maar vanaf de drieënzeventigste keer een beetje stoïcijns tragerig, hoewel ze het vrij goed blijft doen. Ik merk hoe moeilijk het is om niet op haar te focussen, maar op de fotograaf. Maar ik kan haar toch niet belonen als ze zou gaan slenteren? Of als ze traag zou reageren op de cue? Zij is belangrijker dan die fotograaf, toch? Ik voel me als een paard met een verwarrende trainer in een verwarrende omgeving.
De fotograaf blijft onvermoeibaar proberen om me op het rechte, bulderlachende pad te houden. Hij probeert me te bridgen met z’n fototoestel-clicks, maar een fancy fotomodel word ik nooit.

Na een eeuwigheid voorwaarts-achterwaarts yoyoën mag Chantal op Myrtle. We doen alsof het rijles is; ik wil namelijk erg graag rijfoto’s omdat de meeste mensen bij clickertraining enkel aan vrijheidsdressuur denken of voeten geven. Ik probeer Chantal toch een paar tips te geven, en wat uitleg. En dat in fotografentijd. Ik sta vast weer honderdtig keer in de foute hoek tegenover de belichting.

De rest van de dag stort ik mijn woorden als een waterval over Ingrid Damen, de interviewster, die zichtbaar haar best doet om er niet in te verzuipen. Als ze dat allemaal kan samenvatten in één artikel, nou, chapeau; ik heb er een heel boek voor nodig gehad.
In één van de volgende Bit-magazines (februari? maart?) dus: iets over clickertraining.

ps: Ingrid is ondertussen enthousiast beginnen clickertrainen, met goed resultaat. De fotograaf daarentegen fotografeert ondertussen ongetwijfeld enkel nog stillevens en polderlandschappen.

 

Je vindt het Bit-interview in pdf-vorm hier (4.6 Mb)