Pro Paard & Rijden is een (Nederlandse) campagne die op gang komt rond ethischer met paarden omgaan (2025). Het is een (letterlijke, ha!) ‘grassroot beweging’ die dus niet van bovenaan komt (sportfederaties en zo) maar van de “amateurs”: paardenhouders die niet sporten, en vooral ook veel lesgevers die aan de meer ‘paardvriendelijke’ kant staan dan wat je meestal ziet in manèges, op wedstrijden en sportstallen.
Het is dus een push om wat meer na te denken over de ethiek van hoe we omgaan met paarden. De meeste mensen komen via manèges voor het eerst in aanraking met hoe er met paarden wordt omgegaan (ik zelf ook toen ik zeven was). Het zijn vooral zij die dus dat eerste beeld bepalen van wat de meeste mensen als “normaal” zien.
Er zijn 10 aanbevelingen die zeer, zeer vaag en algemeen zijn en waar niemand iets op tegen kan hebben: https://propaard.nl/de-10-aanbevelingen/. Er zit meer toelichting in https://propaard.nl/wp-content/uploads/2025/08/De-10-Aanbevelingen-ProPaard-Rijden-2050.pdf – maar als je daar dieper gaat lezen, dan merk je toch hoe moeilijk het allemaal ligt, hoe voorzichtig het allemaal wordt geformuleerd. En vooral: hoe ver ik (en mijn clickerende collega’s) blijkbaar al staan tegenover wat nog ‘normaal’ wordt geacht.
Ja, ik heb meegeholpen bij de eerste lezingen van wat dit allemaal precies zou betekenen. Nee, alles wat ik heb gezegd staat er niet in zoals ik het had gewild.
Een voorbeeld: de meeste mensen waar ik les aan ging geven hadden hun paarden al 24/24, of toch minstens overdag buiten staan. In het Pro Paard & Rijden-manifest staan “aanbevelingen” zoals “laat je paard maximaal 6 uur zonder ruwvoer” (dat is al een horror-scenario voor mij, en dat vind ik niet alleen: wetenschappelijk onderzoek is mijn beste vriend daarin). Een ander voorbeeld: onder het titeltje “Maak bewust gebruik van Operante Conditionering” staat er “Je kunt nog een beloning toevoegen in de vorm van stem, hulp of een kriebeltje.” – en dan denk ik – pardon, een HULP als beloning? Ik heb zowiezo al mijn bedenkingen bij het woord “hulp” – maar zelfs dan nog is deze formulering gewoon niet correct en laat heel veel ruimte om gewoon te blijven doen wat je altijd al deed.
Er staan uiteraard ook veel dingen in waar ik wél blij van word. Veulens pas afspenen bij voorkeur op 8 à 9 maanden, bijvoorbeeld, en, wat in Nederland nog niet in de wet staat maar wel in België: dat paarden op de wei verplicht beschutting moeten hebben.
Wel tekenen? Niet tekenen? Veel pingpong in mijn hoofd dus.
Enfin, ik heb er verschillende gesprekken over gehad, met Anne Muller (een zeer dappere persoon die als een ware politicus iedereen op de compromislijn probeert te krijgen, zie ook het Radio Positivo-gesprek (https://open.spotify.com/episode/7b4uir5yghpVNMdAgdA63b?si=vFu7C-B7R1ua-zv2MZaM4Q) maar dus ook met mijn collega-lesgevers van de ClickerAcademie.
De ClickerAcademie is “een overkoepelende samenwerking van verschillende clickerlesgevers uit België en Nederland, elk met hun eigen specialiteit en vanuit hun eigen visie op clickertraining”. En dit is dus precies waarom de ClickerAcademie is wat het is: ideeën over wat wel en wat niet kan/mag, mógen hier ver uit elkaar lopen.
En niet iedereen wil ondertekenen.
Argumenten om níet te tekenen:
– Fundamentele mismatch: Te veel botst met de eigen visie; “mens eerst” i.p.v. “paard eerst” vanaf punt 1. Ook al is de slagzin “als het paardiger kan, doe het dan”, dan nog blijft alles toch geformuleerd rond hoe mensen paarden kunnen blijven gebruiken.
– Doel ‘rijden behouden’ problematisch: Als het doel is “het rijden niet verbieden”, dan vrezen sommigen dat echt shapen niet lukt; enkelen zien liever een verbod dan een voortzetting “zoals het nu is”. Eén van de grootste struikelblokken is de verandering van “Pro Paard” naar “Pro Paard & Rijden” (en ja, ook ik zat vol ongeloof te luisteren naar hoe er op een gegeven moment een discussie ontstond rond “hoeveel centimeter mag een paard dan wél achter de loodlijn”).
– Vage formuleringen: “Houdt rekening met” is te vrijblijvend; cruciale voorwaarden ontbreken of zijn niet voldoende afgelijnd.
– Inhoudelijke fouten: Leertheorie wordt niet helemaal voldoende uitgelegd; “de onderbouwing ademt ‘negatieve bekrachtiging’”; sommige punten overlappen.
– Ondergrens te laag: “Minimaal 4 uur vrije beweging” is onvoldoende; wie dat niet kan bieden, zou geen paard moeten houden.
– 2050 onduidelijk/te laat: het is niet helder wat “2050” precies betekent; als doeljaar is het veel te laat.
– Geen implementatie/handhaving: Zorg dat het geen “mooie woorden, geen daden” wordt; voorbeelden uit de sector tonen gebrek aan handhaving.
Argumenten om wél te tekenen:
– Shapen / stapjesstrategie: Het is “nog lang niet wat we willen”, maar je bereikt meer door stapsgewijs bij te sturen dan door buiten te blijven staan.
– Ondergrenzen beter dan niets: Liever nu een basis leggen en die later aanscherpen dan geen ondergrens en dan plots escalatie/verbod. Dus wel nu al het dagelijkse leven van een individueel paard een klein beetje beter maken.
– Meedoen helpt het gesprek te kaderen. Niet vanwege een mogelijk verbod op rijden – en ja, ook ik, ik die nog altijd het rijden mis; ik heb nu drie jaar geen eigen paard meer, maar rijden is fun. En toch: als niemand ooit nog paard rijdt kan ik daar perfect mee leven.
– Breed draagvlak & inbedding: Het initiatief is gekoppeld aan een brede onderlaag; tekenen ondersteunt (misschien/hopelijk) een groter verandertraject.
– Toegankelijkheid/brugfunctie: Door mee te doen blijf je laagdrempelig voor ruiters die “beter willen doen”.
– Beginpunt: “Het is een begin; shapen komt daarna.”
Wat ik hier uit haal, als ik dit allemaal zo bekijk, is dat er vooral een grote bezorgdheid is rond concrete stappen. Wetgeving als het moet, ethisch handelen vanuit inzicht en empathie als het eventjes kan.
Maar ik ben dus een shaper.
Die wereld van sport en maneges, die wereld die al lang de mijne niet meer is, dat is zo’n beetje als een paard dat niks met mij te maken wil hebben.
Een beetje zoals dat paard uit mijn eerste Grondwerkboek dat zich door geen mens wou laten pakken en vér weg kon, daar op de dijkenpolders ver in het noorden van Nederland.
Ik moet dus kijken naar wat DIT paard op DIT moment nodig heeft. Wat is z’n grootste beloning? Dat die rare, gevaarlijke mens met haar rare, gevaarlijke ideeën op afstand blijft. Dus geef ik ‘m dat. Ik kijk voorzichtig hoe dichtbij ik kan komen, zonder dat hij weggaloppeert. Dat is een grotere afstand dan ik dacht, maar ik heb geduld – ik ben een shaper. Ik wacht, daar op een voor hem veilige afstand. Als hij onzeker is van mijn aanwezigheid daar, gaat hij achteruit – en ik dus ook. Ik geef ‘m wat hij nodig heeft: afstand. En dan draait hij z’n oor naar mij. “Ex!” roep ik (van “excellent”) en ik gooi wat wortelschijfjes naar hem toe, maar zelf kom ik niet dichterbij – nog niet. Het is nog steeds wat hij het meest wil: afstand. Het geeft ‘m een gevoel van veiligheid: het moet niet.
En juist daardoor durft hij het aan om een stap dichterbij te zetten. “Ex!”, wortelschijfjes in z’n richting. Op een bepaald moment heeft hij zoveel stapjes naar me toe gezet dat hij zowaar die wortelschijfjes kan opeten. En een grote portie geduld en shapen later kan ik dichter naar hem toe zonder dat hij nog de noodzaak voelt om weg te lopen.
Het duurde lang, die trainingssessie, maar uiteindelijk stak ook dit paard (en vele, vele wantrouwige paarden in de vele jaren na hem) volkomen uit eigen wil z’n hoofd in het halster.
Want dat is het doel, nietwaar? Dat een paard de dingen doet omdat hij ze WIL doen, omdat het fun is, omdat hij zich er goed bij voelt.
Ik ga dus ondertekenen. Ik loop naar die afstand waar dit paard niet wegrent, en wacht geduldig op dat ene oor.