Werken met een ‘lui’ paard

Antwoorden op vragen na een demo.

De demo ging over “rijden met de clicker (bridge)”. Omdat het over een demo ging over clickertraining hebben Nathalie en ik vooraf besloten geen enkele druk te gebruiken, tenzij als cue. Geen wijken voor druk – dat deden bvb Eddy en zo die dag al op een manier waarop ik verder niks zou kunnen toevoegen (als dat de manier was waarop ik zou werken). Dus ook geen “correctie”, ondanks dat er een aantal dingen dan duidelijk minder spectaculair, minder “quick fix” zouden zijn. Als ik een paard bij mij krijg voor een demo dan betekent dat dat ik ermee aan het werk ga zoals ik dat thuis zou doen.

Voor zo’n demo – met een paard dat ik nooit eerder heb gezien – kan ik alleen afgaan op wat mij verteld wordt, en wat ik kan zien aan het paard zelf.
Na zo’n inschatting komt dan de keuze waar ik mee wil beginnen werken. Dat betekent meteen dat er dingen zijn die ik negeer, omdat ze nu, op dat moment, niet belangrijk zijn. Knabbelen op een touw is de lààtste van m’n zorgen. Dat is iets wat je er zo hebt “uitgetraind”, als je dat zou willen. Waarbij ik er juist voor zou kiezen om Mike te leren apporteren – de poetsbak te dragen, een trui op te rapen als je buiten gaat rijden enzovoort – ik leer niet veel dingen af en vooral niet als ze onschadelijk zijn, ik zet ze liever om naar iets dat ik kan gebruiken – maar goed, wie het niet wil hebben die hoeft niet, uiteraard.
Het is blijkbaar niet goed genoeg tot mij doorgedrongen dat dat voor jullie een zo belangrijke “no” was dat ik dààr aan had moeten werken en niet aan iets anders – dat Mike daarbij in de vinger van je dochter had gebeten lees ik nu pas (en ik weet zeker dat Mike dat niet expres deed!). Dat “afleren” zou alleszins makkelijker en waarschijnlijk spectaculairder geweest zijn – het is er zó uitgetraind (waarna je er wel een tijdje extra op moet letten natuurlijk, tot het gewoonte is geworden). Makkelijk scoren dan, met zo’n demo.

Ondanks dat Mike de bridge niet kende, zijn we dus toch daarmee aan de slag gegaan. Het “probleem” dat mij daarbij werd voorgelegd was dat Mike niet graag in de piste in beweging ging. Wel daarbuiten, op wandelpaden, maar dat is zo met de meeste paarden. Wat paarden graag doen, doen ze goed, en Mike gaat duidelijk wél graag naar buiten.
Feit was dat het fijn zou zijn als Mike ook graag in de piste zou zijn, waar hij wel héél duidelijk absoluut niet graag was. Mike sloot zich af van de omgeving, van de mensen naast zich, van de ruiter, en dus zeker van de info die van de ruiter kwam. Dat lag misschien gedeeltelijk aan de demo-drukte en is misschien anders niet zo, maar voor zover ik dat daar toen kon inschatten zouden we véél druk hebben moeten gebruiken om Mike “wakker” te maken. En dat vertik ik. Niemand is met Mike in gevaar of zo, het is een heel vriendelijk paard. Alleen vindt hij (of vond hij op dat moment, of zodra hij in de piste “moet”, ik kan maar werken met wat ik zie) mensen wel fijn, maar niet zo belangrijk, en wat ze proberen te vertellen al helemaal niet. Waar ze staan ook niet. Hulpen negeerde hij gewoon. Ik geloof nooit dat ik het woord “lomp” heb gebruikt; ik geloof wel dat ik iets over z’n overgewicht heb gezegd – het is allemaal gewicht dat Mike extra moet meenemen, wat het voor hem minder makkelijk maakt om te bewegen. Ik heb vast veel woorden gebruikt om naar het publiek toe te proberen omschrijven wat ik zag, hoe Mike aanvoelde.

Enfin, daar hebben we dus aan gewerkt: dat Mike leerde luisteren naar lichte informatie.
Je kan dat bereiken door veel druk te gebruiken, en dan, als Mike reageert (omdat het niet-reageren op lichte druk niet fijn (dus aversief) wordt gemaakt) de druk te gaan verkleinen zodat het op de duur lijkt dat Mike reageert op hele lichte hulpen (terwijl Mike in werkelijkheid reageert omdat er anders véél druk zou volgen; paarden zijn nu eenmaal meesters in het generaliseren en onthouden van die veel-druk-als-correctie voor een héle lange tijd).
Ik kies ervoor om het wél reageren op lichte informatie juist fijn te maken, en het niet-reageren te negeren.
Omdat Mike de bridge niet kende moesten we dus twee dingen tegelijk doen: hem leren wat de bridge betekende én werken aan iets met behulp van diezelfde bridge. Dat betekent, helaas voor zo’n demo, dat er heel veel werd stilgestaan en gevoerd. Ik ben me er volkomen van bewust dat het dan een héle moeilijke demo was om iets van te begrijpen, maar zoals je zelf al aangaf: Mike vond het allemaal best – hij plakte inderdaad aan Natalie en ging netjes en beleefd achterwaarts om z’n beloning aan te pakken. Wel: dààr gaat het om. Dat is het begin.

Mensen die mij kennen weten dat ik het belangrijk vind dat je als trainer élk paard graag ziet, en dat deed ik, ook met Mike. Mike was (en is) daar geen uitzondering op. Het is een fijn paard, met wat werk aan hier en daar, maar niks dramatisch. Absoluut een paard waar je wat aan hebt.