Belonend rijden

Misschien ben je een clickertrainer, en weet je niet hoe je met die traditionele rijhulpen verder moet – want die traditionele rijhulpen, dat is wijken-voor-druk, oftewel negatieve bekrachtiging. En je bent net gewend geraakt aan al die positieve bekrachtiging. je geeft worteltjes of korrel of wat dan ook telkens na je bridge, je click. Wat nu?
Of je bent geen clickertrainer, maar rijden, dat lukt niet zo goed. Het is te veel tegelijk, het gaat alleen goed als je les krijgt, maar niet als je alleen rijdt. En je denkt eigenlijk dat rijden een stuk vriendelijker moet kunnen, alleen weet je niet precies waar beginnen. Wat nu?

Zowat alle rijhulpen (handen, benen, zit) zijn gebaseerd op wijken-voor-druk: ik leg mijn benen aan, mijn paard vertrekt, ik laat mijn benen los. Maar dat betekent dat je alleen de druk verhógen hebt, als je paard niet doet wat je wil: “als je dit niet doet, dan doe ik het harder/vervelender/pijnlijker” (sporen, zweep, trekken, scherper bit). Aversief, heet dat. Maar je kan ook ànders rijden. Belonend rijden.

Kan dat door freeshapend, alleen met wortels te werken, compleet drukloos? Daar zie ik de zin niet van. Ten eerste betekent het alleen met wortels werken nog niet dat je vriendelijk bezig bent. Vriendelijk motiveren hangt niet af van hoeveel wortels per uur je geeft. En eigenlijk is er met ons rijhulpen-systeem niet echt iets fout. Het is gebaseerd op de biomechanica van het paard, en werkt – zowel voor paard als voor ruiter – redelijk intuïtief. Werken met handen, benen en zit kan wel degelijk als samen dansen worden – dynamisch, vloeiend, misschien wel hard werken, maar toch fun.

Je kan je paard inderdaad leren reageren op hele lichte hulpen zonder ooit véél druk te hebben moeten gebruiken om hem te leren wat die hulpen zijn, precies omdat je de bridge hebt. De druk van je handen, benen, verandering in je zit wordt dan een veranderingscue, niet een aversieve motivator. Met veranderingscues worden je aanrakingen letterlijk als een uitnodiging tot “iets veranderen” omgebouwd. De rest, dat doet het paard.

Wat je ook leent van clickertraining, is dat je elke basiscomponent van elke rijhulp (er zijn er niet zo veel) in stukken knipt, elk criterium eruit licht, en met de bridge hardop benadrukt – waarna je je paard prompt beloont, mét het tegelijkertijd wegvallen van druk (in het begin zelfs duidelijk stilstaan), en met een extra voedselbeloning er bovenop (in stilstand vanuit het zadel vooroverbuigen en aanbieden aan het paard).
Zo kan je elke basishulp zorgvuldig shapen, kan je de juiste manier van in galop aanspringen benadrukken, of de juiste beenplaatsing bij een schouder-binnenwaarts.

Uiteraard eerst voorbereid op de grond: ik geloof steeds meer in grondwerk als voorbereiding voor rijwerk, en dan vooral vanwege de goodwill-bankrekening die je zo vult. Dus je kan rijden net zoals je dat altijd al hebt gedaan, alleen knip je alles wat je doet in klikmomenten en train je in lussen, net zoals je dat op de grond al deed.

Maar je blijft niet voor elk klein dingetjes wortels uitdelen. Je streeft er immers naar dat voor het paard het bewegen zélf prettig wordt, niet het stilstaan-en-wortels krijgen. Vooral dat proces vind ik fascinerend. Hoe dit precies in z’n werk gaat, is voor mij telkens weer, bij elke paard-ruiter-combinatie, één van de grootste, maar ook meest fascinerende uitdagingen om aan te werken.