Schrikdraad, een positieve straffer

Vóór je hier mee over nadenkt, kijk even naar de definities in het operante leerquadrant, en het verschil tussen operant conditioneren en klassiek conditioneren. Dit wordt overigens in woord en vele beelden uitgelegd in het Denkwerk-boek.

Is schrikdraad wel operant conditioneren? Het gaat toch om een reflex? Is het dan niet klassiek conditioneren?

Het is allebei.
Het paard raakt de schrikdraad aan, krijgt een schok, trekt in een (fysieke!) reflex terug. Een reflex, en dus tot zover niks met operant conditioneren te maken, right?
Waarom vind ik dan dat bij de ervaring van schrikdraad, een paard operant wordt geconditioneerd?
Zoals je zelf al hebt uitgelegd: bij klassiek conditioneren wordt iets (kwijlen) tot een reflex gemaakt óók bij het horen van een bel, zonder dat het organisme (de hond) er bewust iets over te zeggen heeft. Het overkomt die hond gewoon! Kwijlen is een reflex geworden die onder controle gebracht werd van een andere stimulus (belletje) dan de oorspronkelijke(voedsel).
Het gevolg van de schok van de schrikdraad moet niet aangeleerd worden, het is een ongeconditioneerde (ongeleerde) respons op een ongeconditioneerde (ongeleerde) prikkel. Wat wél klassiek geconditioneerd is, is de schrik voor het schriklint. Maar niet de schok – de nare ervaring daarover is operant ondervonden.
Bij operant conditioneren wordt er eerst, bewust, een gedrag gesteld, en dat gedrag krijgt een consequentie (leren door proberen). Operant = al doende. Een bepaald gedrag proberen, de gevolgen ondergaan, de herinnering aan de gevolgen opslaan, en daarna naar de herinnering handelen – door het gedrag meer, of minder te gaan doen. Ben je het met me eens dat dat operant conditioneren is?

Het paard raakt de schrikdraad aan, krijgt een schok, trekt in een reflex terug. Het heeft een gedrag geprobeerd, ondervindt het gevolg (schok), slaat de herinnering daaraan op en handelt naar de herinnering, door het gedrag meer, of minder te stellen. Het gedrag om het schriklint aan te raken wordt ontmoedigd, omdat er iets aversiefs, iets naars gebeurt. Het paard wordt dus positief gestraft voor het aanraken van het schriklint.Het paard heeft echter nog steeds de KEUZE om het gedrag meer of minder te stellen. Het gedrag blijft “operant”. Wat klassiek geconditioneerd is, is de waarschuwing die zo’n schriklint nu in zich draagt. Sommige paarden raken die hindernis van hun hele leven niet meer aan. Punkie, onze shetlander, was daarentegen totaal niet onder de indruk, nam gewoon een aanloop en ging eronderdoor, naar het gras dat altijd groener was aan de andere kant.

Is het negatieve bekrachtiging (de schok valt weg omdat het paard niet door de schrikdraad heen loopt en dus wordt het in de wei blijven aangemoedigd) of positieve straf (als het paard door de schrikdraad heen wil lopen krijgt het een schok, en dus wordt het uitbreken ontmoedigd)?

Het is in elk geval duidelijk dat het paard ervan leert, en een bepaald gedrag minder voorkomt: het uitbreken. Het kan de omheining zelf natuurlijk totaal niet schelen of je er wat van leert, al wat-ie doet is het proberen buiten geraken ontmoedigen door een shock te geven op het moment dat dat gebeurt. Dat werkt, en dus is het positief straffen.
De omheining zélf heeft uiteraard geen enkele bedoeling: het is gewoon de uitkomst van wat er gebeurt dat bepaalt of iets belonend, of straffend werkt. De shock is een “stimulus” die vanwege zijn blijkbaar straffende werking als “aversief” kan worden geklasseerd.
Maar er gebeurt niets waarmee de omheining het paard aanmoedigt om in de wei te blijven. Er gebeurt alleen maar iets als het paard de schrikdraad wil aanraken. Alleen aan dát gedrag wordt er een gevolg geknoopt (dit heet een contingentie).