Een tipje van de sluier

Een boek schrijven is hard werken. Het is een logisch maar bijna-abstract geheel maken van dingen die je in de modder overkomen, in specifieke situaties op verschillende plaatsen, bij verschillende mensen en paarden en vooral bij mezelf, en dat laatste was/is nog véél harder werken.
Ik ben er meer dan 2 jaar mee bezig nu, en het is al alle soorten boeken geweest. Als je een voortdurende chaos van tuimelende gedachten in je hoofd hebt, die allemaal om ter hardste er éérst uit willen – als je les bij mij gehad hebt dan weet je wat ik bedoel – dan is het moeilijk keuzes maken, want je staat niet samen met 1 paard-mens-combinatie in het zand, maar met allemáál.
Wat schrijf ik wel? Wat niet? In welke volgorde? Schrappen, herschrijven, herschikken, tevreden zijn, en de dag erna alles omgooien.

Mensen worden ongeduldig, nu.

“Wanneer is het af?” – in november, ergens.
“Hoe gaat het heten?” – ‘Rijwerk’.
“Is het zoals het Grondwerk-boek?”- nee.
“Waarover gaat het?” – Hmm.

“One of the most memorable exchanges I ever heard Ray Hunt make was with a student who had come to his clinic upon my urging. The gentleman very politely sat in the bleachers for three days.

At the end of the last day, he said, “Ray I have a question for you.”

“Shoot,” said Ray.

“I’ve been sitting here and observing,” said the guy. “And I think I understand what’s going on. Every day you put the class through the same series of simple stops, backups, and turns.”

“Yes,” said Ray.

“So here’s my question then. When do you go on to the exercises meant for us ‘intermediate’ riders? Ray — when do we ever leave Square One?”

And Ray sat there for a full minute before answering.

Then he said, “Son, you never leave Square One. You take it with you.”  

                                                       Deb Bennett, in Eclectic Horseman Magazine, 2009

Daar gaat het over.