Over ‘gevoel’

Mijn antwoord op een discussie elders, over dat mensen die met leertheorie werken het ‘gevoel’ in de training zouden missen. Ik kreeg er nogal wat persoonlijke ‘aha!’-reacties op, dus misschien helpt ’t anderen ook.

Methodes zijn geloofssystemen. het zijn individuele keuzes over hoe je dezelfde dingen gedaan gaat krijgen (in ons geval, dat het paard welwillend samenwerkt). En natuurlijk zijn er heel véél van die geloofssystemen, allemaal met hun eigen woordenschat en accenten. Maar hoe leren zélf gaat, dat verandert nooit.
Wat ook jouw uitleg is daarvoor (jij in het algemeen, niet jij jij), het kan altijd teruggebracht worden naar leertheorie. Leertheorie is elegant is in z’n eenvoud, en is efficiënt in het aan mensen uitleggen wat ze eigenlijk aan het doen zijn, in tegenstelling tot wat ze dénken dat ze aan het doen zijn volgens hun geloofssysteem.

‘Gevoel’ is zo’n semantische set, en ik noem het ‘ongrijpbaar’ omdat als mensen wordt gevraagd om te omschrijven wat ‘gevoel’ is, dan kunnen ze het niet echt uitleggen. Ze vallen zowiezo terug op het uitleggen van iets mechanisch (en dat weet ik van dichtbij, want ik heb Leslie Desmonds “Feel What? or What is Feel?” naar het Nederlands vertaald voor haar, in 1997 of zo.
In die zin ben ik het volkomen eens met wat Bob Bailey zegt (en als je niet weet wie dat is stel ik voor dat je je dierentrainings-geschiedenis oppoetst), namelijk: “training is a mechanical skill”. Training is een mechanische vaardigheid. “Gevoel” is het woord dat op een goede mechanische vaardigheid wordt geplakt: een mengeling van perceptie, spiergeheugen en volharding.

Betekent dat dat ik minder voel voor het dier waar ik mee werk? Natuurlijk niet! Beteekent dat dat ik het woord ‘gevoel’ nooit gebruik als ik iets aan mensen uitleg? Natuurlijk niet! Maar: ik leer hen eerst leertheorie, en daarna gebruik ik misschien het woord ‘voelen’ als ze de theorie in de praktijk moeten omzetten. Om gemakkelijker de kloof te overbruggen van waar ze komen.
Ik geloof rotsvast dat juist het in staat zijn om je eigen gedrag te objectiveren en kritisch te bekijken, zonder een vage uitleg te gebruiken, de ethische bewustwording over je eigen training versterkt. Als mensen zouden ophouden met het gebruiken van eufemismen om te rechtvaardigen wat ze doen, dan zou er geen “beloningstrainen” bestaan dat tegelijk “beleefde assertiviteit” of “carrotsticks” en consoorten verdedigt. Mensen zouden de harde waarheid moeten slikken dat ze een heleboel positief straffen gebruiken en dat ze geen idee hebben waar de bekrachtiging gebeurt.

Aan de andere kant, het groeiende bewustzijn dat er zoiets ans leertheorie bestaat, veroorzaakt dat allerlei trainingsmethodes woordenschat van leertheorie gaan gebruiken, in de hoop dat ze op die manier een soort van “wetenschappelijk bewezen” stempel op hun training kunnen plakken*. Ik veronderstel dat dat een donkere faze is waar we doorheen moeten, en charlatans gaan er altijd zijn. Het is dus van vitaal belang dat mensen leren om simpel en feitelijk te denken, zodat ze doorheen al die mistspuitende woordenschat kunnen kijken. En rechtstreeks naar de essentie van die échte verwantschap met alle leven: dat alle passagiers op deze aarde op gelijkaardige manieren leven, werken, spelen en leren.

*Dat geldt ook voor clickertraining natuurlijk – je kan alleen maar hopen dat we het een beetje okee doen, die wetenschappelijke principes toepassen. Maar we proberen het tenminste oprecht en eerlijk.