Weer iets nieuws, is clickertraining geen modegril?

Is clickertraining nieuw? Ja en nee.

Clickertraining is voor de ene helft niets meer dan gestructureerd trainen, in kleine, logische stappen en vaak belonen met wat het paard een beloning vindt. Dat wil toch iedereen? De oude meesters schreven het ook allemaal neer, inclusief Xenophon die z’n eigen leermeester citeert als hij zegt dat een paard dat met sporen en slagen wordt getraind, niet mooier is dan een balletdanser die heeft leren dansen onder dreiging van een zweep. Met iets lekkers belonen is zo oud als de mens dieren traint.
Dat is dus niet nieuw – alleen passen we het meestal  niet zo consequent toe als we allemaal roepen. Bij clickertraining wordt dus wél consequent en uitdrukkelijk beloond, elke keer. We walk the talk.

De andere helft van clickertraining gaat om het woord ‘clicker’ – maar met ‘clicker’ wordt de bridge bedoeld. Een bridge gebruiken is niet nieuw, wel de efficiënte inzet ervan. We roepen allemáál “goed zo!” als ons paard iets goeds heeft gedaan. De bridge is niet meer dan een perfect getimede versie van “goed zo!” roepen op het juiste moment, en is dus eigenlijk simpelweg zo oud als de mensheid, vanaf het moment dat de ene mens hardop tegen de ander zei “dat heb je goed gedaan”.

Skinner, de super-behaviorist (clickertraining is overigens veel meer dan zijn ouderwetse radikaal behaviorisme, laat daar geen misverstanden over bestaan) merkte bij z’n onderzoeken naar leren in de jaren ’20 al hoe snel z’n duiven en ratten begonnen te reageren op de korte lichtsignalen of geluiden die de komst van de beloning aankondigden – of hoe klassieke en operante conditionering elkaar versterkten. Z’n studenten, de Bailey’s, zetten het labo-werk om naar een praktische trainingsmethode en trainden met hun bedrijf Animal Behavior Enterprises sinds de jaren ’40 15.000 dieren van 150 diersoorten. Met clickertraining, dus, alleen heette het toen nog niet zo.
Wie daar natuurlijk meteen op sprong, was het Amerikaanse leger: dolfijnen werden getraind om te ontmijnen, raven om te spioneren, duiven om bommen te geleiden. En dat doet het nog steeds. Met clickertraining.

“Clickertraining” als benaming op zich is redelijk nieuw: “slechts” 20 jaar. De term werd voor het eerst vastgelegd door Gary Wilkes, een hondentrainer, en onmiddellijk door Karen Pryor opgepikt. Over de hele wereld worden nu meer en meer zoodieren getraind, en zo waaide het over naar de hondentraining, en van daaruit naar alle andere soorten dieren.

Ik denk dat het bij paarden wat begon te vertrekken rond ‘97, al zullen er natuurlijk wel losse gevallen zijn geweest al lang daarvoor, zoals blijkt uit het boek van Shawna Karrasch. Ikzelf hoorde voor het eerst over clickertraining van Alexandra Kurland in ’96, op de moeder van alle horsemanshiplijsten, de rec.group die gewoon “horsemanship” heette en waar alle “nh”-stromingen samenkwamen (dat kon toen nog, het hokjesdenken was veel minder strikt toen).
Ik had toen té veel vooroordelen over clickertraining (en wat ik à la Dorrance deed werkte voor mij goed genoeg) om het toen ernstig te overwegen of het zelfs maar te proberen – hoewel ik Kurlands’ boek prompt kocht toen het in ’98 verscheen. Het duurde tot 1999, toen ik Kayce Cover leerde kennen, voor ik er wérkelijk mee aan de slag ging.
De laatste vier-vijf jaar boomt clickertraining, maar eigenlijk is iedereen die clickertraining gebruikt met z’n paard nog steeds een pionier.
We hebben space shuttles, magnetrons, printers die 3D protheses printen en neurobiologie. Hoog tijd dus dat ook paarden trainen wat meegaat met de tijd.