Ik wil dat mijn paard voor mij werkt, en niet voor het voer

Je paard werkt omdat je de druk laat wegvallen als hij doet wat je wil.

Hoe train je nu?
Als je druk gebruikt om je paard iets te laten doen, en hij doet het, waarom heeft hij het dan gedaan? Omdat je met je stem hebt gezegd hoe goed hij wel was?
Welnee – omdat je de druk hebt laten wegvallen als hij het goed deed. Hij weet immers (hij heeft dat ondervonden door het te proberen) dat als hij NIET reageert op jouw druk, er nog méér druk komt – en dat wil hij vermijden, want dat vindt hij niet prettig. Je maakt het je paard dus onprettig in de hoop iets van hem gedaan te krijgen.
Je zou zelf ook  minder graag met je paarden omgaan als er, telkens als je dat niet deed, iemand tegen je aan zou zitten zeuren dat je nu toch echt eens iets met die paarden moet doen. Zeuren is het je zo oncomfortabel maken tot je het doet om van het gezeur af te zijn. Net zoiets is druk gebruiken om dingen van je paard gedaan te krijgen.
Dat voelt niet echt fijn voor je paard, maar gelukkig zijn paarden erg meegaand en vergevingsgezind. Lees maar eens na wat klassieke conditionering daarbij doet.

Druk verhogen als je paard niet op jouw lagere druk reageert (met de zweep slaan omdat hij niet vooruit gaat voor je beenhulp, of fase 2 gebruiken omdat hij niet achterwaarts gaat van fase 1) is per definitie straffend trainen.
Na een tijdje ziet het er uit alsof je paard werkt voor jouw stembeloning, en op een hele lichte cue, maar dat is niet wat er echt gebeurt. Je paard werkt om te vermijden dat hij gestraft wordt als hij niet zou reageren. Het is toch érg dat de grootste beloning voor je paard zou moeten zijn dat je hem naar de wei brengt, kortom – dat je wég van hem bent?

Ik verzin dit niet. Ik ben niet tegen jou en je training. Ik kraak niet iedereen af die het niet met me eens is. Ik vertel je gewoon wat de consequenties van leertheorie zijn. Het is aan jou om te beslissen wat je ermee doet.
Hiermee heb ik niet gezegd dat ik zelf geen druk gebruik. Natuurlijk wel. En ja, ook ik straf, als het nodig is (en dat is, denk ik, twee keer per jaar). Alleen noem ik het tenminste zoals het is.

Ik steek mijn kop niet in het zand: natuurlijk werkt het paard voor het voedsel, net zoals het zal werken voor het wegvallen van druk. In het begin. Het paard werkt omdat het beloond wordt, op wat voor manier dan ook. Ook jij gaat om met je paarden omdat je er iets voor terugkrijgt: een goed gevoel, een grote eigendunk, veel plezier, aanzien, een kick…
Naarmate de oefening beter gekend is en minder moeilijk uitvoerbaar, en naarmate je relatie met je paard groeit, zal het paard minder en minder werken omdat hij van buitenaf iets krijgt (voedsel of rust of aandacht) maar zijn motivatie uit zichzelf halen. Je paard kan leren bewegen omdat bewegen fijn voelt; dat heet ‘Funktionslust’. “Reinforcement is a contingency”, om het met Bob Bailey te zeggen: het gaat óók om het goede gevoel dat de héle trainingssessie geeft.

Dat uit zich in wat de grootste straf is voor clickergetrainde paarden: dat je weggaat. Het ergste wat zo’n paard kan overkomen is dat je met een ànder paard gaat trainen. Ik weet het – het is moeilijk te geloven – en toch is het zo. Als ik train, staan de paarden aan de poort te wachten tot het hun beurt is. Als ik niet zorg dat de omheining in orde is, springen ze in de piste.