Moet je altijd met voer belonen?

Training (leren) kan niet zonder motivatie. Elk gedrag moet op een of andere manier beloond worden, maar dat hoeft niet  niet altijd dezelfde beloning te zijn, en kan veranderen met de omstandigheden.
Er zijn primaire, ongeconditioneerde bekrachtigers die iedereen vanzelf wil en niet hoeft te leren (in het geval van positieve bekrachtiging bvb. voedsel, of bij negatieve bekrachtiging het uitoefenen en weer laten wegvallen van druk), en secundaire of geconditioneerde bekrachtigers waarvan de waarde moet geleerd worden, bijvoorbeeld geld.
Er zijn echter ook motivators die niet van buitenaf komen (extrinsiek), maar van binnenuit, zoals favoriete spelletjes, of weer naar een kuddegenoot mogen (intrinsiek).

Jean Donaldson legt verschillende waarden uit bij beloningen:

Motivatie betekent dus niet altijd dat je met primaire bekrachtigers moet werken.

In het filmpje hierboven werkt de vogel voor chocola (primair, extrinsiek), maar de hond voor een spelletje (primair, intrinsiek). En allebei willen ze er meer van.

Chocola is voer, maar een spelletje is een gedrag. Je kan dus het ene gedrag belonen met een andere gedrag, als je paard dat andere gedrag liever doet dan het eerste. Soms wordt dit principe “grootmoeder’s wet” genoemd, omdat (groot-)moeders dit principe van nature inzetten: “je moet eerst je groenten opeten voor je een ijsje mag eten”. Dit heet het Premack-principe (naar David Premack). En je kan ook je paard dus trainen volgens dit principe.

Hoe weet je welk gedrag je paard liever doet? Dat wat het paard zelf spontaan méér zal doen dan het andere, als hij zelf kan kiezen, of wat hij bijvoorbeeld aanbiedt als je niets vraagt. Op die manier kan je dus twee oefeningen aan elkaar koppelen: eerst de moeilijke, en als beloning de gemakkelijke… en pas dan, eventueel, een voerbeloning. Op die manier bouw je gedragskettingen op.

Dit betekent dat je helemaal niet hoeft te straffen om het ene gedrag sterker te maken dan een ander: het leidt namelijk ook naar de ‘evenredigheidswet van bekrachtiging‘, waardoor je simpelweg door het ene gedrag nóg meer dan het andere te belonen dat gedrag sterker maakt. Je kan dus het ene gedrag afleren door een ander gedrag te belonen (differentieel bekrachtigen).