De ontvanger bepaalt

Het is de ontvanger die de waarde van een beloning (of straf) bepaalt.
De ene vindt een ijsje lekker, en kan er dus mee beloond worden; de ander vindt ijsjes maar niks, en een ijsje krijgen kan hem dus niet motiveren.
Je kan wel zeggen dat jouw paard niet gemotiveerd kan worden door bijvoorbeeld een voerbeloning, maar dan moet je gewoon maar eens om je heen kijken hoeveel mensen niet eens beginnen met voer uit de hand te geven “omdat hun paard daar zo opdringerig van wordt”. Blijkbaar wil een paard toch een heleboel doen om aan een wortel te komen. Het is dus het paard dat bepaalt of hij iets wil doen voor een wortel – niet z’n mens.

De waarde van een beloning kan ook veranderen met de omstandigheden. Jij kan wel vinden dat je paard op een bepaald moment moet werken voor een wortel, maar als je hem een inspanning laat doen (zoals een jong paard doen draven onder het zadel) dan is de kans dat hij het stilstaan leuker vindt dan de wortel véél groter.
Je paard galoppeert graag en kan moeilijk rustig stappen? Dan is “rust” een foute beloning, en een wortelschijfje misschien niet voldoende beloning. Mogen galopperen is misschien wel de meest geschikte beloning voor rustig stappen.

Hoe weet je of iets een straf of een beloning was? Pas achteraf. Pas na een tijdje kan je zeggen of wat je deed, wel werkte. Werkt het niet en wordt je probleem niet opgelost of blijf je hangen in je oefening, dan is het tijd om niet alleen je trainingsplan, maar ook je beloning te evalueren en eventueel aan te passen.