Always in motion is the future (Yoda)

Ik geef nu bijna 15 jaar les in clickertraining (voordien gaf ik les op z’n Tom Dorrance’s). Ik was geen echte pionier, natuurlijk. Alexandra Kurland, Shawna Karrash, Kayce Cover, dat waren de eersten die met paarden clickertrainden. Ik was alleen maar een ‘early adopter’.
De laatste 10 jaar (na het Grondwerkboek) heeft dat betekent dat ik mijn eigen paarden niet echt veel heb getraind of gereden. Ik heb mensen met hun paarden gecoacht. Heel veel mensen, en heel veel paarden.
Die jaren leerden mij dat clickertraining geen afgewerkt product is. Het moet nog evolueren, veranderen, completer worden en tegelijkertijd beter integreren.
De laatste 5-6 jaar ben ik daarom in de theorie achter clickertraining gedoken, en ik denk wel dat ik hier en daar wat mensen heb beïnvloed toen ik een aantal topics over motivatie naar voor heb geschoven.
Maar het resultaat is wel dat veel mensen die clickertraining pas ergens de laatste vijf jaar hebben ontdekt, over mij denken in de zin van “als je theorie moet hebben, dan moet je bij Inge zijn”.

DCF 1.0

Toen ik mijn gebrek aan begrip nog oploste met een zweep

Het zal je misschien verbazen, maar op een bepaald punt in de geschiedenis zat ik echt waar boven op een paard en ging ik van A naar B. Soms elegant en efficiënt (dat werd een pak minder na de geboorte van mijn vierde kind en de bijhorende bekkeninstabiliteit), soms fast and furious. Ik heb een min of meer bionische linkerarm om te bewijzen dat je van een stilstaand paard kan vallen en je daarbij ernstig pijn kan doen ;-).
Er zijn meer dan genoeg mensen tegenwoordig die je kunnen vertellen hoe je kan beginnen met clickertraining, het grondwerk, of de theorie achter clickertraining. Ze doen het allemaal uitstekend.
Ik, ik denk dat ik me met rijden ga bezighouden.

Rijden met de clicker is altijd een bijzondere interesse van mij geweest. Niet klassiek rijden, of wedstrijdrijden – gewoon rijden. Ik noem het wel eens dressuur, maar eigenlijk bedoel ik gewoon rijden.
Voor mij zijn de FEI beschrijvingen van de bewegingen en oefeningen – uitgezonderd de uitdrukkelijke verwijzingen naar bitten en wedstrijdregels – gewoon goed. Ze voelen consistent met hoe ik de biomechanica van het paard begrijp. Ik voel dus niet de drang om met nieuwe omschrijvingen te komen; uiteindelijk lijken die toch allemaal neer te komen op die van de FEI.

Betekent dat dat ik meteen ook vierkant achter de huidige competitieve dressuur of reining scene sta? In geen geval. Maar het is oh zo gemakkelijk om alleen op die uitwassen te focussen, maar tegelijkertijd de ogen te sluiten voor onze eigen gebreken.

Ik heb vaak geschreven over hoe fout clickertraining kan gaan. Wreedheid heeft geen zweep of sporen nodig. Het is niet omdat je met een wortel zwaait dat je geen manipulatieve micromanagende controlefreak zou kunnen zijn.
Anderzijds, het is ook niet omdat een paard traag, gehoorzaam en enigszins gebogen voortbeweegt, dat dat werk ook niet wreed zou kunnen zijn. Daarin lijken ‘clickertraining’ en ‘klassieke’ dressuur elkaar soms te vinden, op niet altijd even vriendelijke manieren. Paardenzielen en -lichamen kunnen ook in stilte pijn lijden. Hoeveel oohs en aahs en likes er ook bij staan, afwisselend de achtervoeten omhoog trekken terwijl je amper voortbeweegt, is geen passage. Een hals naar binnen geplooid, om de trainer heen gekruld, is geen schouder binnenwaarts. Om goed te kunnen rijden en trainen moet je dus ook, of misschien wel eerst, kunnen zien, en voelen, wat correct is.

Dus waar ga ik vanaf nu wildenthousiast over worden? Niet het paard dat steigert, of naar een mat rent, of dat gaat liggen voor z’n trainer, maar het paard dat vrolijk en in evenwicht door een hoek gaat.